Lisa loves Travel Travels

Zomer in Portugal II: rondreizen, Estoril en Lissabon

Deel twee van mijn reisverslag van Portugal! Heb je deel 1 gemist? Kijk dan snel even hier! 

Zondag – Een oud ziekenhuis in Viseu

Zondag moesten we van Crato naar Viseu rijden. Tussen die twee plaatsen is behalve een natuurgebied, niet heel veel te zien. Goed, we moesten dus via dat natuurgebied rijden. Helaas is de bewegwijzering in Portugal niet zo goed geregeld als in Nederland. We gingen boodschappen doen in het stadje Covilha, vlak voor het berggebied. Daarna moesten we dus de bordjes volgen, maar daar ging het mis.

Er was een rotonde waar we steeds uitkwamen, maar daarvoor waren allemaal straatjes en het was gewoon geheel onduidelijk waar we moesten afslaan. Drie rondjes door het stadje en een hele hoop onmogelijke keringen later, kwamen we uiteindelijk toch op de goede weg en konden we door Serra de Estrela rijden.

Na een hoop uitzichtpunten (“Oh, daar zijn mensen, dus daar moeten wij ook kijken!” kwamen we weer beneden aan. We dronken nog wat op een terrasje in een stadje beneden en vertrokken daarna naar Viseu.

Deze pousada was gevestigd in een voormalig ziekenhuis, tien minuutjes van de binnenstad van Viseu. En wow, die binnenplaats!

Daarna gingen we eten in Viseu. Omdat we uit ervaring wisten dat de terrassen in de binnenstad meestal niet het beste eten serveren, zocht ik iets op op Tripadvisor. Portugezen kunnen geen friet bakken dus hadden we voor de verandering weer eens zin in Italiaans. Uiteindelijk kwamen we uit op Indian Italian palace, een restaurant waar ze zowel Italiaans als Indiaas serveren, en zelfs mixgerechten uit beide keukens. Dit restaurant zat niet op de beste locatie maar het eten was goed en goedkoop.

Maandag – Boven op een berg in Ourém

Maandag gingen we naar onze laatste pousada in Ourém. Als tussenstop bezochten we de universiteitsstad Coimbra. Portugezen houden van hoogteverschillen en dat is hier ook het geval, haha. We bezochten de oude universiteitsbibliotheek en nog een aantal gebouwen. Volgens mij is Coimbra nog steeds een hele leuke stad om te studeren trouwens!

Als laatste gingen we nog de toren op. Nou, dat was een hele ervaring. Ik zou het geen serieuze angst noemen, maar ik hou totaal niet van trappen. Ik sla regelmatig treden over en heb tot mijn achtste treetje voor treetje op onze eigen trap in huis gelopen. Maar goed, als je iets moois wil zien, moet je trappen op. Dus we gingen in de toren. Aan het einde was de trap zó smal dat je er nauwelijks met rugzak door kon. Maar ik heb het gedaan en ik kwam op wonderbaarlijke wijze ook weer beneden!

Daarna gingen we richting Ourem. Onze pousada lag niet in de stad, maar ergens bovenop een heuvel. Een aantal haarspeldbochten later kwamen we eindelijk op onze laatste pousada aan. Weer een oud ziekenhuis dat aan een oude kerk vastzat. Dit ziekenhuis was wel een echt doolhof: voor de ontbijtzaal moesten we eerst een hoop trappen af en dan via de andere kant weer trappen op.

Boven kon je alleen dingen als eendenborst eten, dus gingen we toch maar weer die heuvel af, het stadje in. Helaas was een restaurant vinden daar nog niet zo makkelijk, en een restaurant vinden dat geopend is op maandag al helemaal niet. met behulp van de eigenaar van een bar/club (die hadden ze daar wel?) vonden we uiteindelijk een restaurant. Of nou ja, eigenlijk was het gewoon de slager, maar er stonden een aantal tafels binnen.

De menukaart was met translate vertaald en de medewerkers sproken geen Engels, maar uiteindelijk lukte het. De mensen drie tafels verderop hadden er friet en salade bij, dus  met behulp van ons taalgidsje konden we zeggen dat we hetzelfde als die mensen wilden. Uiteindelijk hebben we nog lekker gegeten ook, haha.

Dinsdag – Sintra en terug naar Queluz

Vlakbij Ourém ligt het bedevaartsoord Fátima. Een beetje vergelijkbaar met Lourdes (volgens mijn ouders dan), maar dan iets kleiner. Ik voelde me er niet heel erg op mijn gemak, maar het was wel heel indrukwekkend groot! De kerk waar meerdere missen per dag werden gehouden, had een grotere capaciteit dan de Heineken Music Hall.  Behalve het bedevaartsgedeelte waren er een stuk of honderd winkeltjes waar je dezelfde souvenirs en Mariabeelden kon kopen, en een hele hoop hotels. Nauwelijks terrassen, nauwelijks gewone huizen. Echt apart, want er liep gewoon bijna niemand over straat verder.

Daarna zochten we een plekje om te eten. We kochten eerst weer ergens broodjes en belandden uiteindelijk in een stadje waarvan ik de naam niet meer kan vinden, maar er stond een inmens grote kathedraal.

Behind the scenes: Lisa laat de keukenrol vallen die ze net terug in de tas wilde doen. In plaats van zo snel mogelijk de rol stoppen, blijft ze stokstijf stil zitten omdat ze even niet kan beseffen wat er gebeurt. Sorry pap!

‘s Middags vervolgden we onze reis terug naar Queluz, met een tussenstop in Sintra. Dit stadje wordt heel erg aanbevelen in reisgidsjes over Lissabon voor een dagtrip, want het zou “weg van het toerisme” zijn, of zo. Sure. Het was daar zo toeristisch als wat en misschien is het voor mensen die niet in Europa wonen interessant, maar ik vond het niet zo boeiend.

Wel was er een mooi kasteel (dat al dicht ging toen we er aankwamen, helaas) en een prachtig paleis dat zo uit Disneyland leek te komen. Na het avondeten in de stad gingen we door naar Queluz.

Woensdag – op naar Estoril & Cascais

 

De pousadarondreis was voorbij, maar de vakantie niet! Onze volgende bestemming was Estoril, een badplaats tegen Cascais aan, op iets meer dan een half uur afstand van Lissabon. Estoril ligt niet zo ver van Queluz dus we waren véél te vroeg, maar mijn moeder wilde toch vast even kijken of we onze bagage konden dumpen. Ik moet toegeven dat het heerlijk was om na een week niet meer met een laptop op je rug te hoeven lopen.

We zochten een strandje op in de buurt van Cascais en daarna besloten we even het centrum in te gaan. Daar genoten we van een heerlijke lunch. We liepen nog even door het behoorlijk toeristische stadje en gingen daarna naar het hotel.

Room with a view! Helemaal ver links ligt Lissabon, rechts Cascais.

Het hotel was een partner van ons reisbureau en daarom waren er ook heel veel Nederlanders. Het was geen resort, maar wel zo’n plek waar mensen gewoon een hele week naartoe gaan. Er zat een keukentje en woongedeelte in de kamer, en dat was wel eens fijn! De rest van de dag deden we niet veel meer, en aan het einde van de dag gingen we nog wat eten aan de boulevard.

Donderdag – Lissabon dag 1

(Mijn moeder had een andere camera meegenomen en er is iets mis met die foto’s. De RAW-bestanden zijn wel goed dus ze zijn niet verloren, maar ik kon die foto’s dus niet invoegen. Sorry!)

De volgende dag wisten we niet wat we zagen. We gingen om half 9 ontbijten, en bijna alle bedjes bij het zwembad waren al bezet! Met handdoeken dus, niet met mensen. We gaan normaal nooit naar dit soort plekken (wel naar ANWB-campings, maar dat is anders). Ik wil niet zeggen dat wij van die hipstertoeristen zijn die net alles anders willen doen dan alle andere Nederlanders maar dit was wel weer een beetje extreem…

Goed, Lissabon stond op de planning vandaag. Na wat gedoe met de trein (4 ritten kopen is niet goed, je moet vier OV-chipachtige kaarten kopen, daar steeds ritten op laden en dan inchecken) zaten we eindelijk.

We kwamen uit bij het centraal gelegen Cais du Sodre en kwamen na wat oriënteren uit op een terrasje in Baixa (niet doen, want duur). Lissabon bestaat uit een hoop wijkjes van verschillende hoogtes met verschillende sferen, maar Baixa en Chiado zijn toch wel het meest ingericht op toeristen. Deze wijk is wat ruimer en chiquer opgezet en is daarom niet helemaal typisch Lissabon met haar smalle straatjes, maar er zijn wel veel winkels en toeristische restaurants.

We liepen wat rond en kwamen voor de lunch uit bij Vitaminas, een zaak waar je salades en húge broodjes kunt samenstellen en kopen. Na de lunch liepen we langs een uitzichtpunt en maakten we een ritje naar boven met de beroemde tram 28. Eenmaal boven wisten we niet zo goed wat we moesten, maar uiteindelijk kwamen we toch bij het kasteel uit en vonden we weer een weg naar beneden.

Na acht dagen zonder rustdag op reis, waren we allemaal een beetje moe. We aten in het winkelcentrum van Chiado, of zoals mijn moeder het noemde “de vreetschuur” waar je gewoon bij allerlei zaken eten kon halen en daar op kon eten. Mama en ik gingen voor een pasta bij Capri, van hetzelfde concern als Vitaminas. Je kon daar zelf vier ingrediënten, een pasta en een saus kiezen en het was best lekker voor een “fastfoodketen”. Een beetje zoals Vapiano dus, maar dan mag je alles zelf uitzoeken. Na een Macflurry gingen we weer lekker terug naar het hotel.

Vrijdag bracht ik een dagje alleen in Lissabon door en zaterdag vertrokken we naar Albufeira. Wat ik allemaal beleefde in de Algarve, en natuurlijk wat ik van de toeristische badplaats/feestbestemming vond, lees je overmorgen! 

2 Reacties

  • Beantwoorden
    Kim
    12 augustus 2015 op 11:53

    Haha, die foto met de keukenrol!
    Hele mooie foto’s weer. :)

  • Beantwoorden
    Linda
    14 augustus 2015 op 15:24

    Ohhh leuk! Mooie foto’s en verhalen!

  • Reageer

    Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.