Books Life improvement Lisa loves

Review: Quiet (Stil) van Susan Cain

Een tijdje geleden besloot ik, op aanrader van mijn mentor van de middelbare school, het boek Quiet (Stil) van Susan Cain te bestellen. Dit is een bekend boek over introverten dat tegelijkertijd heel geliefd is en een heleboel kritiek krijgt. Die kritiek was ook een reden voor mij om het boek niet te lezen (tot het me werd aangeraden dus). Ik vond die tegenstelling tussen introverten en extraverten altijd een beetje overdreven en het leek soms wel alsof mensen zich té erg gingen vastklampen aan het labeltje introvert. Ik had dus niet zo’n zin om een boek te lezen dat het begrip introvert best wel zou generaliseren. Is mijn mening na het daadwerkelijk lezen van Quiet/Stil bijgesteld?

Hoe ik dit boek las

Het is ten eerste misschien handig om te weten met wat voor insteek ik dit boek heb gelezen. Ik ben zelf een introvert die de laatste jaren steeds meer extraverte trekjes heeft gekregen, maar nog steeds snel overweldigd raakt en haar me-time heel erg nodig heeft. Hoewel ik steeds beter word in small talk en lange periodes met mensen zijn, ben ik nog steeds introvert. Ik was vooral geïnteresseerd in hoe mijn vroegere verlegenheid en soms hogere gevoeligheid in relatie staan met introversie. Volgens Susan zou ik dus best wel een pseudo-extravert kunnen zijn: ik kan me heel sociaal gedragen, maar uiteindelijk is het wel echt uitputtend en heb ik mijn me-time heel erg nodig.

Ik las Quiet niet omdat ik bevestiging zocht, of een manier om mezelf beter te begrijpen of accepteren. Voor ik aan dit boek begon wist ik bijvoorbeeld al dat er heel veel mensen zijn zoals ik, maar dat er verschillende gradaties zijn, en dat de maatschappij meer is ingericht op extraverte mensen. Ik vond het enkel interessant om meer te weten over iets dat toch wel veel invloed heeft op wie ik ben en hoe ik alles ervaar. En waarschijnlijk dus op meer vlakken dan ik aanvankelijk dacht.

Ik vind het grappig dat ik mijzelf zo goed kon identificeren met de auteur. Er zijn natuurlijk een heleboel soorten introverten, maar net als Susan ben ik iemand die heel nieuwsgierig is en graag nieuwe mensen ontmoet. Toch hebben wij beide ook introverte kenmerken: smalltalk, presenteren en intense omgevingen met veel mensen hoeven voor ons niet zo. Dat maakte het extra fijn en herkenbaar. Toch was ik een beetje sceptisch voordat ik begon.

Generaliserend?

Eén van de dingen waar ik bang voor was, was dat het een heel generaliserend beeld over introverten zou schetsen. Gelukkig viel dat hartstikke mee. Susan legt duidelijk uit dat introversie iets heel complex is. Er zijn niet alleen een heleboel kenmerken: iedereen is anders, niet alleen genetisch maar ook door andere ervaringen. Introversie en extraversie zijn geen tegenstelling: het is eerder een continuüm met introversie aan de ene kant en extraversie aan het andere uiteinde. In het midden liggen ambiverten, die ongeveer evenveel eigenschappen van beide bezitten.

Natuurlijk zijn er wel stukken waar introverten aardig als één groep worden beschreven. In de laatste hoofdstukken ze advies voor introverten in verschillende situaties: tijdens het werk, in relaties met extraverten en het opvoeden van kinderen. Natuurlijk is het onmogelijk om een boek te schrijven over zoiets complex zonder af en toe het stereotype te gebruiken. Anders zit het zo vol met nuances dat het hoofd niet meer te volgen is. Ja, niet alles was toepasselijk op mij, maar dat kan ook niet alles. Met zulke boeken moet je gewoon zelf de dingen eruit pikken die van toepassing zijn op jou, en lekker kritisch blijven.

Een lofrede voor introverten

Een ander veelgehoord kritiekpunt is dat dit boek nogal een lofrede is voor introverten. Een meer introverte wereld zou voor iedereen beter zijn, en introverten hebben betere ideeën omdat ze meer nadenken, enzovoorts. Het staat vol met voorbeelden van succesvolle introverten en schetst het idee dat de huidige wereld voor hen misschien niet helemaal “eerlijk” is. De nadelen komen ook wel aan bod: zo bezocht Susan een kamp speciaal voor introverten en dat was zo stil dat het ook enigszins ongemakkelijk werd. Soms ging het inderdaad wel iets te ver: is het niet te simpel gedacht om extraverte, impulsieve mensen de schuld te geven van de economische crisis. Er waren introverte CEO’s die het aan zagen komen en juist hebben gehandeld zodat hun bedrijf niet ten onder ging, maar ehh… ik weet het niet helemaal.

Als een boek “the power of introverts” in de ondertitel heeft staan, is dat natuurlijk wel te verwachten. Het gaat niet in op de positieve aspecten van extraversie, want daar gaat het boek gewoon niet over. Again: gewoon een beetje kritisch blijven.

Het boek

Stil bestaat uit vier delen. Het eerste deel gaat over de extrovert ideal. Misschien sta je er niet heel erg bij stil, want in Nederland geldt nog steeds een beetje het principe “doe maar normaal, dan doe je al gek genoeg”, maar je merkt dat er steeds meer waarde wordt gehecht aan sociale vaardigheden. We moeten pitchen, aan personal branding doen en netwerken. Een vlotte babbel is belangrijker dan andere vaardigheden voor leiderschapsposities en we zijn geneigd om de ideeën van de luidste personen te volgen.

Vooral het hoofdstuk over brainstormen vond ik interessant. Cain beschrijft de new groupthink: we leven in een tijdperk waar groepswerk heel erg wordt gewaardeerd. Nou, daar is mijn studie dus echt het levende voorbeeld van. Van de helft van mijn vakken dit jaar is minstens 50% groepswerk, en dan zit ik nog wel op de universiteit. Goed, samenwerken dus. Steeds meer werk gebeurt in teams en kantoren worden vervangen door kantoortuinen. Op school leer je in groepjes werken, want volgens dit Amerikaanse boek leer je zo omgaan met de business culture die daar heerst.

Vervolgens wordt er met verschillende voorbeelden geïllustreerd dat je juist door alleen te oefenen, leren en werken, je het meest effectief bent. Open source software zoals Linux is misschien gemaakt door verschillende mensen. Maar er is nog een heel verschil tussen een groep mensen die individueel achter hun computer nadenken en iets toevoegen, dan met z’n allen achter de computer zitten en eraan werken. Dan hadden ze zoiets nooit kunnen bereiken. Ik vind zulke voorbeelden echt heel interessant omdat ik daar dus nooit over heb nagedacht. Dat je docent altijd zegt dat je het samen moet doen in plaats van gewoonweg moet verdelen, is eigenlijk onzin. Allemaal een deel doen en dan feedback op elkaar leveren, werkt altijd beter.

(Stiekem heb ik nu ook de neiging om te roepen dat het helemaal niet productief is als een docent nog eens zoiets zegt. Misschien geen goed idee, haha.)

En zo staat het boek vol met leuke voorbeelden en interessante onderzoeken. Het tweede deel gaat dieper de wetenschap in: waar komt introversie vandaan? Het kan al heel vroeg worden herkend: mensen die als baby heel gevoelig zijn voor nieuwe indrukken, groeien later vaak op als introverten. Dit vond ik wel opmerkelijk, want je hebt ook hoogsensitieve personen (bijvoorbeeld) die extravert zijn. Maar je eigenschappen versterken natuurlijk de ervaringen die je “uitkiest”. Even een heel irritant stereotype voorbeeld: als je liever in je eentje een boek leest, maak je minder dingen mee die ervoor zorgen dat je “uit je schulp kruipt” dan wanneer je iedere dag nieuwe dingen wil proberen.

Als je opgroeit in een omgeving die je ondersteunt, meeneemt in nieuwe ervaringen en geen traumatische dingen meemaakt, . Als je daarentegen (op jonge leeftijd) negatieve ervaringen ervaart door dingen te doen die je echt niet wil of kan, kan dat juist weer heel negatief zijn. Maar dan nog: introversie ontwikkelt zich voor iedereen anders. Dit deel is heel theoretisch maar daardoor juist heel interessant, vind ik. Stiekem ben ik wel een beetje een nerd.

Het derde deel ging over introverte communities. In Aziatische landen bijvoorbeeld, wordt er veel meer waarde gehecht aan goede cijfers halen en prestaties. Dit deel vond ik wel interessant omdat het laat zien hoe het ook kan. Ik zou denk ik nog steeds liever in een extraverte wereld willen leven, want het klinkt toch wat minder spannend.

Het laatste deel bestaat uit een aantal hoofdstukken met advies. Moet je je extraverter gedragen dan je eigenlijk bent, en wanneer? Volgens Susan is het veel makkelijker om je introversie opzij te zetten als het om dingen gaat waar je echt om geeft: zogenaamde passion projects. Als je iets écht interessant vindt, wil je er graag anderen over vertellen en mee inspireren. En dan lukt zo’n presentatie opeens wél. Er is ook een hoofdstuk over hoe introverten en extraverten een goede, gebalanceerde relatie kunnen hebben. Dit is vooral toegepast op relaties, maar voor vriendschappen kan dit hoofdstuk ook heel handig zijn. Deze tips vond ik niet per se héél nuttig en na het tweede deel ging het lezen ook een stuk lastiger, maar het kan zeker handig zijn. Ik denk dat dit deel ook juist interessant is voor extraverten. Het laatste hoofdstuk over introverte kinderen vond ik wel weer heel interessant: ik vind het gewoon zó verdrietig hoe kinderen zo vaak niet begrepen worden, door ouders maar ook op school.

Conclusie

Of ik dit boek aan zou raden? Zeker. Het is als introvert interessant om er meer over te weten te komen, maar ook als extravert of twijfelaar staat er een heleboel interessante info in. Susan praat met onderzoekers, maar ook introverten in extraverte omgevingen, communities waar introversie meer de standaard is en ze interviewt introverten die zich in extraverte omgevingen begeven. Er staan zowel een hoop toegankelijke wetenschappelijke informatie als persoonlijke ervaringen in en het is echt interessant. Je moet gewoon kritisch blijven naar alles wat je wil en dit boek –dat vanuit een bepaald standpunt is geschreven- niet als absolute waarheid zien. Dan is het een heel interessant en fijn boek.

Ik heb het boek in het Engels gelezen (het Engelse eBook vind je hier), maar er is ook een vertaling (en een Nederlandstalig eBook). Ik ben gewend om (academische) Engelse teksten te lezen en vond redelijk wat woorden die ik niet begreep, dus ik zou hem lekker in het Nederlands bestellen! Er komt als het goed is binnenkort een nieuw boek uit, maar ik kon er nog niet zo veel over vinden. Wel vond ik deze website van Susan, waar allemaal ervaringen van introverten en extraverten op staan.

(deze blogpost bevat affiliatelinks, want ik ben een arme student).

 

4 Reacties

  • Beantwoorden
    Sonja
    1 maart 2016 op 17:21

    Hahaha, “want ik ben een arme student”. Heel goed! En ik vind dat je heel fijn een samenvatting geeft van dit boek, verweven met je eigen standpunten. Ik weet bijna wel zeker dat ik ook introvert ben, ik vind het ook veeel fijner om studieopdrachten lekker in m’n eentje te doen, haha. Dus ik zou gek worden op jouw opleiding denk ik! Maar tegelijkertijd krijg ik ook weer een ander soort energie van samenwerken met anderen, en zou ik ook écht niet in een wereld willen leven waarin iedereen introvert is. Soms vind ik het super fijn om ook extravert te “doen”, als ik vervolgens maar weer ergens de tijd heb om in mijn eentje op m’n eigen kamertje te chillen;) Dus inderdaad is het een heel complex iets, maar lijkt me leuk om er eens wat meer over te weten te komen.

  • Beantwoorden
    Hester
    4 maart 2016 op 18:08

    Heerlijk uitgebreide en kritische review! Ik ben ook wel introvert en vond het, toen ik een jaar of twee terug echt de definities van die termen tegenkwam, superfijn om er een ‘uitleg’ voor te hebben. Tot en met mijn elfde beschreef ik mezelf altijd met de legendarisch irritante zin ‘ik ben een rustig meisje, maar als je me goed kent valt dat heel erg mee!’ en nu had ik eindelijk het stukje acceptatie dat ik mezelf eindelijk niet meer hoefde te verantwoorden voor mijn rustige en onopvallende gedrag in groepen, omdat het blijkbaar gewoon in mijn aard zat. Aan de andere kant heb ik juist in die tijd, dus vanaf dat ik er wat meer over wist, ook een hoop extraverte trekjes opgedaan. Een vriend zei deze week nog ‘joh, eigenlijk best knap dat je van nerd naar toch redelijk populair bent gegaan’ (heerlijke middelbareschoolstereotyperingen maar uiteindelijk is die verdeling er wel gewoon natuurlijk, haha). Ik was vroeger op zich altijd wel redelijk zelfverzekerd, dus daarom heb ik er bijvoorbeeld helemaal geen moeite mee mijn mening te geven of een presentatie te geven of zelfs een debat te voeren, alleen op sociaal vlak kon ik altijd minder goed meekomen omdat ik gewoon nooit zo goed ‘snapte’ waar mensen nou precies om lachten en waarom ze zo oppervlakkig deden (en niet gewoon iets nuttigs aan school deden). Dat zijn dingen waar ik nu veel minder last van heb, een bepaalde vorm van me-time heb ik alleen nog wel altijd nodig en ik kan me soms nog wel ongemakkelijk voelen in een totaal nieuwe groep mensen. Hangt ook een beetje van de situatie en periode af.
    Anyway, nog even over het boek (joe): ik zou ‘m wel heel graag willen lezen, gewoon om te kijken in hoeverre ik me er uiteindelijk in herken en wat voor introvert ik precies ben. Het ophemelen van introvert of extrovert zijn vind ik ook een lastig puntje, uiteindelijk denk ik dat het één helemaal niet beter is dan het ander. De wereld is alleen wel vet extrovert en dus wordt dat steeds meer de norm en daar ben ik ook wel blij mee vanwege het exciting en uitdagende effect, maar ik vind dat er ook een bepaalde waardering voor introverten moet zijn. Het heeft elkaar nog meer nodig dan pessimisten en optimisten elkaar nodig hebben, denk ik.

  • Beantwoorden
    Linda
    12 maart 2016 op 16:21

    Ik sta altijd een beetje sceptisch tegenover dit soort boeken eigenlijk om de reden die jij noemt. Je hebt ongetwijfeld introverte en extraverte mensen, maar ik lees steeds vaker dingen in de trant van ‘ik vind dit niet leuk/doe dit niet graag, want ja, ik ben introvert hè’, alsof het een soort excuus is en extraverte mensen geen rekening houden met introverte mensen of zo. Hoewel ik vast ook onder het label introvert val vind ik dat altijd maar apart. En dat ‘het een is beter dan het ander’ vind ik ook niet waar, er zitten voor- en nadelen zowel aan introvert als aan extravert zijn denk ik. Het stuk in het boek dat over de theorie erachter gaat klinkt wel heel erg interessant zoals je het beschrijft, en misschien is het daarmee ook makkelijker om te begrijpen, ook al die verschillende gradaties. Dat deel lijkt me wel interessant!
    Toch lijkt het me voor Nederlanders ook weer heel anders, ik merk ook nu hier in NYC (en andere keren dat ik er was) dat het hier nog veeel meer “extravert” is als in Nederland, het is hier nog veel belangrijker en normaler om als het ware je mannetje te staan en je overdreven zelf te zijn haha. Misschien val je hier als introvert ook meer op omdat er ook gewoon meer extraverte mensen zijn (waarschijnlijk zeker in de steden). Ik kan me daarom wel voorstellen dat daarom een soort van tegenhype juist hier vandaan komt.

  • Reageer

    Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.